Dagboek van een wereldreis

Donderdag 29 februari (dag 117)

Gisteravond kwam ik de twee Engelse meiden tegen die ook in mijn hotel in Varanasi verbleven, Candy en Pippa. Met zijn drieën hebben we de bus naar Pokhara genomen (eigenlijk niet echt met z’n drieën, want de bus zat helemaal volgepakt met westerse toeristen). De busrit was weer van het gebruikelijke kaliber zoals je dat overal in dit deel van de wereld meemaakt (met nog een lekke band onderweg), maar de natuur was prachtig.

In Sunauli was het nog zo plat als in Nederland, maar langzamerhand werd het landschap heuvelachtiger totdat we in Pokhara de besneeuwde pieken zagen van bergen van meer dan 8000 meter hoog! Heel indrukwekkend, het eerste moment dat je het “dak van de wereld” mag aanschouwen. Na een tien uur durende busrit kwamen we aan in Pokhara, toen net de zon onder ging en het donker begon te worden. Toen we uitstapten konden we nog net onze rugzakken van het dak van de bus afhalen, voordat die weg begon te scheuren. Een paar reizigers werden opeens rugzakloos en renden de bus achter na.

Terwijl we beduusd om ons heen keken kwamen er verschrikkelijk veel mannen op ons afgerend, als muggen of piranha’s op zoek naar menselijk vlees, die ons natuurlijk het beste hotel van de stad probeerden aan te smeren. Ze waren niet van je af te slaan. Met Candy en Pippa in een taxi naar het hotel van onze keuze, totdat er onderweg opeens een Nepalees bij kwam zitten die de taxichauffeur naar een totaal ander hotel dirigeerde! Hij werkte duidelijk samen met de taxichauffeur en we moesten flink kwaad worden om ons naar het juiste hotel te laten brengen. In het hotel was uiteindelijk maar één kamer vrij, dus ik heb de Engelsen verlaten en ben in het hotel ernaast gaan zitten. Samen hebben we gedineerd.

► Verder lezen naar vrijdag 1 maart.