Dagboek van een wereldreis

Zaterdag 10 februari (dag 98)

Het hotel waar ik verbleef lag ongeveer vijf meter van de spoorbaan vandaan, waar elke vijf minuten een trein overheen denderde. Alle reden dus om te gaan verkassen naar de meest populaire plek in Madras. Geen verkeerde keus, het is er gezellig, vol met rugzaktoeristen en totaal geïsoleerd van de drukte, het vuil en het lawaai van de stad.

Madras is niet echt een bijzondere stad. Het heeft alle nadelen van een Indiase miljoenenstad en de voordelen moet ik nog ontdekken. Gisteravond wandelde ik terug van het restaurant waar ik had gegeten terug naar mijn hotel, dwars door sloppenwijken waar je in het donker eigenlijk niet kunt rondlopen zonder bodyguard en wasknijpers op je neus. Vandaag is het enige attractieve wat ik gedaan heb het inademen van uitlaatgassen terwijl ik de hoofdstraat van Madras op en neer liep. Aan deze hoofdstraat heb je alle winkels die westerse producten verkopen en westerse imitatiewinkels.

In het hotel ontmoette ik een Duits (en ook Engels) sprekende blonde Italiaan en twee magere Zweedse meisjes én een enorm dikke Zweed met wie ik het avondmaal heb genuttigd. Soms was het wat moeilijk de Zweedse inside jokes (in het Zweeds) te volgen. Terug in het hotel op de binnenplaats geluisterd naar gitaarmuziek van een Amerikaanse hippie en in plaats van uitlaatgassen de walmen van hasj-rokende hotelgasten ingeademd.

► Verder lezen naar zondag 11 februari.