Dagboek van een wereldreis

Woensdag 13 december (dag 39)

Nou, nou, ik zit in India, maar ik geloof dat ik alweer een cultuurschok moet verwerken. De vliegreis was zoals verwacht hels vermoeiend, en ik val nu dus bijna om van de slaap. Heel lang tot vervelends toe wachten op het inchecken gisteravond, daarna een snelle hap naar binnen gewerkt en vervolgens snel het vliegtuig in. In het begin was ik nog fit, maar toen ik zag hoe het er van binnen in het vliegtuig uitzag had ik terstond geen zin meer de lucht in te gaan. Pakistan Airlines is nog slechter dan Aeroflot, je kreeg eten waar je kotsmisselijk van werd, je kreeg gewoon leidingwater geserveerd en er zaten dezelfde asociale Arabieren in als in een gemiddelde bus van Amman naar Damascus. Het was verschrikkelijk onrustig, dus ik heb geen oog dicht kunnen doen.

Midden in de nacht in Karachi overstappen, en van Karachi naar New Delhi was het van hetzelfde laken een pak. Alleen waren de Arabieren nu vervangen door Indiërs en waren het er twee keer zoveel. Naast me zat een man die zo ver met zijn elleboog boven mijn knieën hing, dat ik mijn vork tijdens het eten in een driedimensionale kwartslag naar rechts moest draaien en vervolgens dezelfde weg weer terug om het stukje rauwe vlees in mijn mond te krijgen. In beide vliegtuigen was ik de enige westerling.

Na aankomst op het vliegveld van Delhi vrij spoedig met de bus naar Connaught Place, midden in het centrum van de stad. Wat me opviel onderweg was dat er hier veel meer vrouwen buiten lopen dan in het Midden-Oosten, ongesluierd maar wel met Indiase kledij aan. Toen ik in het centrum uit de bus werd gegooid kwamen er meteen tien riksja-chauffeurs om me heen staan, die me allemaal naar het goedkoopste en beste hotel wilden brengen. Van tevoren had ik in de Lonely Planet-gids het Ringo Guesthouse opgezocht dat vlakbij Connaught Place lag, en alleen dáár wilde ik naartoe! De riksja-chauffeurs bleven aandringen, dus uiteindelijk liet ik me overreden en reed mee in zo’n driewielerig karretje met motor met een chauffeur die me naar het Ringo Guesthouse zou brengen.

Kwamen we aan bij een krot ver buiten het centrum met nergens een bordje en een hoop niet-Engels sprekende mensen, vraagt de chauffeur of het Ringo Guesthouse vol is, zeggen die mannen “yes”! Amahoela, dat is het enige Engelse woord wat die mensen kennen! Dit was het Ringo Guesthouse helemaal niet en de riksjachauffeur heeft me expres naar deze verlaten plek gebracht omdat hij wilde dat ik naar “zijn” hotel zou gaan. Daar ontvangt hij immers commissie voor. Ik vond dit niet leuk, en besloot met de gebrekkige kaart in de Lonely Planet-gids Connaught Place weer op te zoeken. Tijdens het lopen werd ik weer continu lastiggevallen door andere riksjachauffeurs, die me zogenaamd ook wilden “helpen” met mijn zoektocht naar mijn hotel. Ik riep de hele tijd “NO! FUCK OFF!”, maar ze bleven achter me aan karren.

Ik las in de Lonely Planet dat het officiële toeristenkantoor vlakbij het Ringo Guesthouse was, dus liet ik me daar naartoe brengen om van het geschreeuw af te zijn. Komen we aan bij een oud obscuur gebouwtje met een versleten bordje “tourist information”. Twee mannen die daar zaten waren allervriendelijkst en belden het Ringo Guesthouse voor me op om te vragen of er een bed vrij was. “Ringo Guesthouse” kreeg ik zelfs te horen aan de andere kant van de lijn, vlak voordat de verbinding werd verbroken. De mannen belden nog een keer en ik kreeg te horen dat er geen bedden meer vrij waren. Ja, ja! Ze wilden niet zeggen hoe ik er kon komen, waarop ze me wel begonnen te bestoken met hun eigen “good and very cheap” hotels. Bijna op instorten begaf ik me op straat waar ik me aanklampte aan een westerse rugzaktoerist met de vraag waar het Ringo Guesthouse was. Het was om de hoek, en er waren vele, vele bedden vrij.

► Verder lezen naar donderdag 14 december.