Dagboek van een wereldreis

Donderdag 15 februari (dag 103)

Veel buitenlanders schijnen in India inspiratie op te kunnen doen. Ik heb al veel kunstenaars ontmoet, muzikanten, schilders en schrijvers, die in India hun creatieve geest een nieuwe impuls geven. Ikzelf heb dat nog niet mogen ervaren, maar ik ben dan ook geen echte schrijver. Daar ben ik waarschijnlijk te rationeel en te sarcastisch voor.

Het is niettemin interessant andere kunstenaars tegen te komen, zoals in het hotel gisteravond en in de trein vandaag. In het hotel kwam ik een kaal geschoren Nederlandse schrijver tegen die semi-intellectueel gedrag vertoonde door voor mij onbegrijpelijke woorden te gebruiken. De Engelse schilder en schrijver in de trein naar Calcutta was een stuk aardiger, en een ideaal meubelstuk om tegen te ouwehoeren te midden van vele starende Indiërs.

Tegenover me zat een agressief ogende Nepalese vechtbeer (volgens mij een uitstervend ras) die iedere keer karatebewegingen maakte als zijn vriendin en haar broertje opmerkingen maakten die hem niet zinde. Met zijn felle ogen volgde hij elke beweging die ik maakte. Als ik water dronk uit mijn veldfles volgden zijn ogen dezelfde beweging als mijn vingers, die eerst de fles uit mijn rugzak op de vloer trokken en vervolgens boven mijn gezicht hielden om het water in mijn mond te gieten.

Toen ik mijn dagelijkse malariapil nam, vroeg hij kwaad “you sick?“. Ik heb hem in het Engels uitgelegd dat ik die pil juist nam om niet ziek te willen worden, maar volgens mij begreep hij mij niet. Er zat ook een irritant kind dat, zoals verwacht, midden in de nacht ging krijsen om mijn nachtrust in de trein te verstoren. Buiten dat gekrijs heb ik heerlijk geslapen en ik heb de Engelsman zelfs niet horen vertrekken. Ik heb nog vele uren te gaan in de trein, op weg naar Calcutta.

► Verder lezen naar vrijdag 16 februari.