Dagboek van een wereldreis

Vrijdag 16 februari (dag 104)

De trein had drie uur vertraging, dus na 31 uur in de trein zitten kwam ik om drie uur ’s middags aan in Calcutta. Ik had het wel een beetje gehad met de treinreis. Ik kon die agressieve blik (naar mij toe gericht) van de Nepalese vechtbeer niet meer uitstaan en de vloer werd steeds vuiler met ei-schilfers, rijst van gisteravond, gemorste thee en stukjes papier dat de Indiërs in mijn compartiment op de grond gooiden.

Ik kwam natuurlijk veel te laat aan in Calcutta om een goedkoop hotel te kunnen vinden, dus heb ik er niet eens de moeite voor gedaan en ben meteen een duur hotel ingedoken. Twintig euro per nacht voor een schone kamer, een televisie, telefoon, airconditioning, een douche met heet water, een toilet waar je op kan zitten mét toiletpapier (ongelofelijk) en roomservice. Wat een luxe! Ik vind dat ik nu in een stadium ben aanbeland dat ik mij deze luxe gedurende een korte tijd kan veroorloven. Na lange tijd te hebben overnacht in goedkope en vieze hotels waar ik slechts één tiende betaalde van de prijs van waar ik nu zit, ben ik er echt even aan toe.

Bij het postkantoor lagen weer zeven brieven voor mij. En iedereen vraagt zich af waar mijn brieven blijven. Hebben die lui in Nederland niks anders te doen? Ik ben natuurlijk ontegenzeggelijk vereerd en vind het ontzettend leuk om zoveel brieven te ontvangen, al heb ik wel moeite dit tempo bij te houden. Morgen ga ik maar eens een brievendag houden.

► Verder lezen naar zaterdag 17 februari.