Dagboek van een wereldreis

Vrijdag 2 februari (dag 90)

Gisteravond kwam ik, na de onzichtbare tijgers en olifanten te hebben bewonderd, ontzettend toevallig de Engelsman van Bombay’s nieuwjaar weer tegen. Na een maand reizen! En ik wist helemaal niet dat hij deze kant op zou gaan. Hij vroeg of ik met hem meeging naar het Claus Haus, waar hij verbleef. Ik had nog nooit van dat hotel gehoord, en het lag dan ook diep in de bossen.

Wat een trieste aanblik zag ik daar. Alleen maar drugsverslaafden die in deze uithoek verbleven, juist omdat ze daar in alle rust konden snuiven, roken en spuiten. Ik voelde me er niet echt op mijn gemak, dus na een tijdje kletsen met de Engelsman, die nota bene een ex-politiesmeris is, via het donkere bospad terug naar mijn hotel. Het is bijna volle maan, dus gelukkig kostte het me weinig moeite de weg te vinden.

Vandaag naar Madurai, een relatief soepele busrit van vier uur. Na even mijn oriëntatievermogen te zijn kwijtgeraakt uiteindelijk het hotel gevonden dat me werd aanbevolen door het Britse meisje van twee dagen geleden. Het ligt vlak naast een tempel, waar een soort festival gaande is dat kennelijk tot doel heeft een gehoorbeschadiging te veroorzaken. De muziek staat ZÓ KEIHARD, dat als mijn hotel ramen had die al lang gesprongen zouden zijn. In het hotel heb ik een kamer achteraan op de vijfde etage, dus als ik alle luiken en deuren dicht doe, de fan aanzet (die ook een hoop lawaai maakt), watten in mijn oren stop en mijn iPod opzet met het volume op de hoogste stand, merk ik er weinig van. Maar ik heb wel een prachtige kamer voor 49 roepies!

► Verder lezen naar zaterdag 3 februari.