Dagboek van een wereldreis

Donderdag 22 februari (dag 110)

De treinreizen in India doen me nog steeds verbazen. Gisteravond toen de trein het station van Calcutta binnenreed, leek het alsof de spanningen van de treindeuren het zouden begeven. Een gekkenhuis was het, net als militairen die een gegijzelde of gekaapte trein moeten ontzetten bestormden honderden Indiërs ook deze trein. De rijtuigen waren nog niet eens tot stilstand gekomen, of tientallen Indiërs hingen al aan de ramen en drukten zich tegen de nog steeds gesloten deuren aan in een poging zich naar binnen te wurmen.

Boven de hoofden van deze vechtende mensen hingen grote balen, dozen en koffers die eveneens in de strijd om een zitplaats verzeild raakten. Dit ritueel betrof alleen de niet gereserveerde zitrijtuigen. Ik had een “gereserveerde” plaats in een slaaprijtuig, hoewel ook hier twaalf mensen mijn compartiment bevolkten in plaats van de gebruikelijke acht (er zijn namelijk maar acht bedden). Moeilijk geslapen vannacht, want ondanks de nachtelijke kou wilden de Indiërs in mijn compartiment toch alle ramen open hebben.

In Varanasi merkte ik dat ik weer in het noorden van India ben aanbeland: de fietsriksjachauffeurs zijn sluwer en vervelender en proberen je op alle mogelijke manieren af te zetten en voor te liegen. In een riksja gestapt die mijn uitgekozen hotel niet kon vinden, dus ik moest met mijn Lonely Planet in de hand de chauffeur de weg wijzen. Het hotel was natuurlijk weer vol. Maar niet getreurd: ik mag op het dak slapen voor 75 eurocent per nacht!

► Verder lezen naar vrijdag 23 februari.