Dagboek van een wereldreis

Woensdag 28 februari (dag 116)

Zonder problemen aangekomen in Nepal, het zevende land op mijn wereldreis. Vanuit Gorakhpur heb ik een minibus genomen naar de grens waarbij ik nog eens fijntjes aan sommige momenten in India werd herinnerd (maar misschien is Nepal wel precies hetzelfde). Met mijn benen krampachtig dubbelgevouwen onder mijn rugzak, steeds harder wordend zitvlees en een Indiër die me tegen het raam aandrukte zat ik met vijftig mensen in een piepklein busje die om de drie kilometer stopte. Het duurde ruim vier uur om een afstand van 80 kilometer af te leggen.

Maar goed, ik ben uiteindelijk aangekomen in de stoffige grensplaats Sunauli, net over de grens. De Indiërs en Nepalezen lopen gewoon over de grens heen en weer en worden niet eens gecontroleerd, maar als blanke word je er snel uitgepikt en moet je de noodzakelijke voorraad stempels halen en talloze formulieren invullen.

Het is gek, maar je ziet meteen zo’n groot verschil als je een paar meter voorbij de douane bent. Natuurlijk zie je dezelfde vuilnishopen op straat, dezelfde krakkemikkige bussen en dezelfde bijna uit elkaar vallende fietsriksja’s, maar Nepal lijkt toch anders. De mensen zien er iets meer Chinees uit, overal zie je grote reclameborden die westers bier aanprijzen (ha, eindelijk!) en het landschap ziet er heel groen uit. Misschien overdrijf ik wel en neig ik ernaar het Nepalese als heel positief te beoordelen na enkele minder positieve ervaringen in India. We zullen zien.

► Verder lezen naar donderdag 29 februari.