Dagboek van een wereldreis

Woensdag 29 november (dag 25)

Half zes opstaan vanochtend! Belachelijk vroeg, en alleen maar omdat we de bus van zes uur naar Amman wilden halen. Dat was de enige bus die dag. Met William en nog twee Denen volgepropt en ingeklemd tussen onze rugzakken, die de chauffeur weigerde op het dak te zetten, bereikten we al binnen een paar uur Amman.

Weer naar Hotel Cliff, behalve William die elders voor een halve dinar goedkoper kon overnachten. Onze Zuid-Afrikaanse vriend beginnen we steeds sulliger te vinden. Hij vraagt alles aan ons en kan niks zelf uitzoeken. Hij ziet eruit en gedraagt zich als een hulpeloos en besluiteloos jongetje, terwijl hij nota bene al 26 is. We vinden het dus ook helemaal niet zo erg dat hij in een ander hotel slaapt. Gisteren dachten we nog dat hij heel wereldwijs was, maar voor vandaag hebben we onze mening snel bijgesteld.

In Amman aangekomen ging alles mis en liepen we (behalve op de heuvels) ook hard tegen de Jordaanse bureaucratische molen aan. Ons melden bij de politie kon alleen tussen acht en tien ’s ochtends, ons visum kon alleen worden verlengd bij diezelfde politie en niet bij het daarvoor bedoelde Ministerie van Vreemdelingen, bij het postkantoor lag wéér geen post voor ons en Bahrein weet nog steeds niet of ze mij wel of geen visum willen geven. Voor deze mislukte activiteiten wel de stad twee keer in de rondte doorgelopen, wat niet meevalt na twee dagen bergen beklimmen in Petra. En morgen dus wéér vroeg op voor het melden bij die verdomde klotepolitie.

► Verder lezen naar donderdag 30 november.