Dagboek van een wereldreis

Dinsdag 30 januari (dag 87)

Al op weg naar het Periyar National Park kwam ik olifanten tegen, drie met een grote metalen ketting om hun lijf. Ze zullen wel gekidnapt zijn door die mannetjes met een oud laken om hun kruis, die erop zaten. De acht uur durende busrit met een staatsbus was eigenlijk te lang voor een normaal mens als ik. Een kermisattractie is leuk, maar niet acht uur lang. Ik moest me stevig vasthouden aan de stang voor me om niet van het bankje af te rollen.

De bus was net niet vol genoeg om te voorkomen dat iemand ook maar een centimeter bewegingsruimte had, iets wat meestal wel het geval is. De weg was de bochtigste die ik tot nu toe heb bereden en zat bovendien vol met gapende gaten. Met pijn in de gewrichten kwam ik dus aan in Kumily, het dorpje dat vlak voor de ingang van het nationale park ligt. Zo’n busrit als van vandaag hoop ik dus in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden.

In Kumily heb ik na het bezoeken van een aantal hotels toch nog een hotel gevonden dat mij wilde accepteren. Vaak zijn de beste en goedkoopste hotels zogenaamd “vol”. Ik heb meer het vermoeden dat ze dat ter plekke verzinnen om voorrang te geven aan de Indiërs. “Laat die westerlingen maar naar een duur hotel gaan”, denken ze dan. Pure discriminatie natuurlijk. Nu ik in India rondreis merk ik hoe het is om steeds gediscrimineerd te worden. Soms positief gediscrimineerd, maar vaak ook negatief. Het is goed om dat zelf ook eens te ervaren.

► Verder lezen naar woensdag 31 januari.