Reisverhaal Costa Rica

Zondag 10 februari

Het gezelschap: drie kerels. Ik, een reislustige Nederlander, Rob, een 26-jarige Australiër die net klaar is met zijn studie medicijnen en zich nu al dokter noemt, en Jack, een 29-jarige Amerikaan die als gids fungeert en zijn geld vooral verdient door achter de bar te staan. Vooral Jack leek me wel een aardige kerel, Rob vond ik nogal stug. Ik had er wel zin in wat avontuurlijks te doen, al is het altijd spannend wat je nu weer te wachten staat.

Cappucino-monkey in the treesRond negen uur werden we opgehaald met een pick-up truck en naar een afgelegen riviertje gebracht. Het eerste stuk kayaken ging me goed af, een beetje peddelen met de stroom mee en af en toe bijsturen om een omgevallen boomstam te ontwijken. De natuur was meteen al prachtig en we zagen direct een grote variëteit aan vogels, zoals de kingfisher (een vogel met een hanekam), meeuwen en zwarte zangvogels die heel mooi kunnen zingen.

Bij de monding van de rivier kwamen we bij een grote baai die we moesten oversteken. Dat ging me iets minder goed af. Ik merkte toen dat ik de langzaamste was van de drie, Jack en vooral Rob peddelden met grote kracht vooruit en al snel lagen ze vele tientallen meters voor me. Misschien doen zij aan fitnesstraining of zo, hun armen zagen er een stuk gespierder uit dan die van mij. Ik baalde, want ik wist dat ik de rest van de tocht een extra fysieke inspanning moest leveren om hun bij te houden. Ik had liever gehad dat m’n medereizigers een wat gelijkwaardiger tempo hadden. Nu zaten zij iedere keer op mij te wachten totdat ik bij hun was gearriveerd – en in die tijd konden zij lekker uitrusten, bijkomen en van de omgeving genieten.

Was ik eenmaal bij hun, moe, bezweet en verkrampt, dan peddelden zij meteen weer verder. Ik had dus geen gelegenheid om lekker uit te rusten, bij te komen en van de omgeving te genieten, met fysieke uitputting tot gevolg. Daarvoor had ik me niet opgegeven voor een kayaktrip! Ik wilde juist relaxed peddelend de natuur van Costa Rica van een andere kant bewonderen. Op de een of andere manier moeten de langzaamsten in dit soort groepjes zich altijd aanpassen aan de snelsten, dus ik legde me er maar bij neer. Ik liet me niet kennen, maar nam wel een rustpauze als ik daar aan toe was en deed het rustig aan met het peddelen. Met als gevolg dat ik Rob en Jack regelmatig zag in de vorm van twee stipjes aan de horizon.

De natuur onderweg was prachtig. De zon scheen de hele dag op onze hoofden, dus vaak koelden we wat af door een plons in het water. Nou ja, afkoelen, het water in de lagune was iets van 28°C. Na een hele dag peddelen en zwemmen kwamen we aan in ‘Paradise’, onze overnachtingsplek. Twee open afdakjes en een begaasd houten hok met open air keuken, meer was het niet. Er was wél elektriciteit, vreemd genoeg. Snel m’n matje opgeblazen en m’n muskietennet opgehangen. Ik had een ‘food included’-toer geboekt. Terwijl ik met mijn lauwwarme bier van de zonsondergang zat te genieten en de muggen zat weg te meppen, stond Jack zich uit te sloven om een maaltijd voor ons te bereiden.

► Lees verder naar maandag 11 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by