Reisverhaal Costa Rica

Vrijdag 22 februari

Eigenlijk wilde ik al eerder met ze afspreken, maar alle pogingen mislukten. Vandaag, na eindeloos getelefoneer, kwam het er eindelijk van. Ik had een heuse ontmoeting met Costa Ricaanse Servas-mensen. Op de laatste dag, dus het voelde toch een beetje als een blok aan mijn been om een paar uur met ze op te trekken. Ik wilde liever wat relaxen, nog enkele zonnestralen meepikken en de mensen en sfeer op me in laten werken. Maar aan de andere kant had ik er de afgelopen weken zoveel moeite voor gedaan om met deze Servas-mensen in contact te treden, dat ik een ontmoeting niet kon laten schieten.

Ik had afgesproken om te gaan lunchen met de 21-jarige Natasha. Dat ze uit een rijke familie komt bleek al toen ze me oppikte: met een enorm grote minivan en daar zat zij als tenger meisje aan het stuur, zich een weg manoeuvrerend door het drukke verkeer van San José. Omdat ik liet weten dat ik ook nog wat souvenirs wilde kopen, gingen we naar een plek waar je dat met lunchen kon combineren. Zij dacht duidelijk anders over souvenirs inslaan dan ik – ze bracht me naar een toeristenmarkt ver buiten de stad waar ik zelf van m’n leven nooit naartoe zou gaan. Allemaal chic souvenirwinkels en decadente restaurants bij elkaar, duidelijk geënt op de westerse toerist die veel geld te besteden heeft. Zij vond het de normaalste zaak van de wereld dat ik daar naartoe zou gaan in plaats van naar downtown San José.

Ik was er snel uitgekeken, maar tijdens de lunch – waar ook haar vriend bij kwam aanschuiven – kwam ik veel te weten over haar blik op het leven in Costa Rica. Eigenlijk vind Natasha het helemaal niet leuk dat ze is geboren in Costa Rica. Ze kijkt erg neer op haar landgenoten, die volgens haar vies zijn en geen auto kunnen rijden. In haar land vinden de meeste verkeersongelukken plaats, vertelde ze. Nou, dat lijkt me wat overdreven. Het centrum van San José vindt ze een plek om te mijden, smerig, onveilig en vol met gevaarlijke bandieten die je proberen te beroven en te vermoorden. Ook dat vond ik nogal meevallen. Het centrum zit vol met hotels, restaurants en winkels, het is er druk en het is de plek waar de ‘normale’ Tico’s hun boodschappen doen. Natasha doet haar boodschappen liever bij een shopping mall aan de rand van de stad.

Ze was dan ook verbaasd toen ik vertelde dat ik in m’n uppie als westerling gewoon door het centrum van San José durfde te lopen. Haar mond viel open toen ik zei dat ik met de bus had rondgereisd. Misschien heeft ze toch een beetje gelijk, ik ben per slot van rekening ‘beroofd’ in de bus. Het was in ieder geval grappig haar blik op de samenleving te horen en ze was ook erg aardig, ze betaalde zelfs mijn lunch.

Na wat aandringen heeft ze me met haar minivan afgezet bij de Mercado Central, de markt in het centrum waar ik nog wat ‘echte’ souvenirs wilde kopen. Zij zou híer nooit van haar leven naartoe gaan. Het was mijn laatste activiteit voordat ik in de taxi stapte richting het vliegveld. Een paar uur later stapte ik in het vliegtuig naar Miami. Het was inmiddels donker geworden en het regende toen we opstegen. Onder me lag het prachtige tropische regenwoud van Costa Rica, een Burgers Zoo in het groot. Ik heb goede herinneringen aan die openlucht dierentuin, en het gekwetter en gefluit van de vogels zal ik nooit meer vergeten.

EINDE

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by