Dagboek van Maleisië

Dinsdag 16 maart

Om elf uur stond ik klaar op het busstation om in de bus naar Singapore te stappen. Zoals ik al had verwacht, verliep de rit superefficiënt over perfecte snelwegen en met een dikke Indiër achter het stuur (die niet in een gewone passagiersstoel zou passen). Ik had zelfs beenruimte, iets wat ik in andere Aziatische landen niet heb meegemaakt. Ik zat (wederom) naast een Islamitisch meisje met hoofddoek die de hele rit chagrijnig naar buiten zat te staren. Aan de andere kant van het gangpad zat een Chinese jongen de hele tijd naar mij te staren, tot vervelends aan toe. Af en toe, terwijl ik zat te dutten, kneep ik even mijn ogen open om te kijken of hij nog steeds zijn gezicht strak op mij had gericht, en natuurlijk was dat het geval. Ik hoopte dat-ie bij de grens van Singapore zou worden opgepakt voor iets illegaals dat hij in zijn bezit had (kauwgom bijvoorbeeld), want hij deed er behoorlijk lang over om de paspoort- en bagagecontrole te passeren. Ik was er daarentegen in een mum van tijd doorheen, onder meer omdat ik de enige was in de rij voor het loket ‘buitenlandse paspoorten’. We eindigden bij een bushalte buiten het centrum van Singapore. Het eerste dat me opviel was dat het lang niet zo schoon en netjes was als iedereen me vantevoren had verteld. Hier en daar lag zelfs vuilnis op de grond en de stoeptegels lagen zo schots en scheef dat ik moest oppassen om er niet over te struikelen. Ook in Chinatown, waar ik een hotelletje ben ingedoken, is het rommeliger dan ik had gedacht. De meeste toeristen beperken hun trip natuurlijk tot het centrum van Singapore. Dáár is het wel zo schoon dat je van de straat kan eten, zoals ik vanavond ontdekte. Daar moet Singapore haar imago hoog houden en worden de forse boetes uitgedeeld als je per ongeluk een papiertje laat vallen of als je niet bij het zebrapad de straat oversteekt. Tot nog toe ben ik niet gepakt voor deze vergrijpen.

Lees verder naar woensdag 17 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by