Dagboek van Maleisië

Woensdag 24 maart

Chris was vertrokken toen ik vanochtend mijn huisje uitkwam, evenals de andere reizigers. Er heerste een serene stilte in de Kampong Inn. In het dorp was het uitgestorven en op het strand was bijna niemand te bekennen. In het restaurant waar ik ontbeet, was ik de enige. Het was zwaar bewolkt. Cherating is duidelijk niet het rugzakkersparadijs waar het om bekend staat. Als ik een paar dagen op één plek ben word ik altijd onrustig en wil ik verder. Op de een of andere manier hééft Cherating het gewoon niet. Op het strand was ik dus al plannen aan het smeden over mijn volgende bestemming (en terwijl ik dit schrijf word ik continu lastiggevallen door vliegjes die op me gaan zitten – terwijl ik onder een tl-buis zit in een Maleisisch eettentje). Eerst wilde ik naar het Chini-meer midden in de jungle, maar omdat je er heel moeilijk kunt komen en het misschien wel heel geïsoleerd is, ga ik nu naar Taman Negara. Mijn kennismaking met de verschillende tropische insecten hier in Cherating is wellicht al een korte introductie voor een bezoek aan dit nationaal park. (Overigens zat er vandaag ook een olijfgroene kikker in mijn badkamer.) Ik ben er al bijna aan gewend dat de muggenmelk door de warmte langzaam in mijn ogen en mijn mond sijpelt zodra ik het heb opgesmeerd. In de middag begon warempel de zon door te breken, zodat ik op sommige plekken zelfs ben verbrand. Net op tijd dus om een dagje de zon voor de bus te verruilen. De avond was minder spectaculair dan de vorige twee, nu Chris weg was. Ik ging in m’n eentje naar de Beach Bar en kwam kapitein Chow weer tegen (en zijn drie Bengaalse hulpjes). Hij zat flink te raaskallen en leek wel dronken. Hij had dus niet zoveel zin om met mij te babbelen. Toen ik terugging naar mijn chalet, dacht ik hem op het strand te zien liggen.

Lees verder naar donderdag 25 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by