Dagboek van Maleisië

Maandag 29 maart

Wat een nacht, oh, wat een nacht. Zelden in mijn leven is een nacht zo memorabel geweest als die van de afgelopen uren. Het begon al bij zonsondergang, toen er een geweldige kakofonie losbrak van de insecten, vogels, reptielen en andere beesten om onze hut heen. Het was een oorverdovend lawaai, maar de geluiden waren fantastisch. Er klonk gefluit, gepiep, getjilp, geknor, gegrom en gehijg (van ons), en dat alles op verschillende toonhoogtes, met verschillende intonaties, met gevarieerde melodieën en met andere ritmes. Het was een symfonie-orkest in tienvoud. Dit ging de hele nacht door. Het verzwakte iets nadat de maan was verdwenen, maar brak weer in alle hevigheid los toen de zon opging. Van slapen kwam dan ook niet veel terecht, vooral ook omdat het ongelofelijk warm was in de hut. Vanwege de muskieten lag ik strak in een lakenzak gewikkeld, in dezelfde natte en bezwete kleren van eerder op de dag. Droog werden die niet, en ook mijn lakenzak verdronk in mijn lichaamsvocht. De muskieten staken dwars door mijn natte lakenzak en mijn natte kleren heen en negeerden de muggenmelk en de anti-muggenbrander die ik had meegesjouwd. Midden in de nacht hoorden we geritsel onder onze bedden. Grote, bruine 40 centimeter lange ratten waren op zoek naar ons meegebrachte eten. Zij bleven de hele nacht onze privacy verstoren. In de ochtend wandelde ik moe maar voldaan terug naar de busboot. Na het horen van de junglegeluiden had ik het gevoel dat ik de hele wereld aankon. In Kuala Tahan ben ik overgestapt op een andere rivierboot die me terugbracht naar het geciviliseerde Jerantut. Het was doodvermoeiend, ik heb liters vocht verloren, ik ben bijna voor eeuwig verdwaald, ik ben bont en blauw gestoken door insecten, ik heb nauwelijks dieren gezien en ik heb klodders bruine modder over mijn hele lichaam, maar ik heb een korte jungle-ervaring meegemaakt die, ahum, niet gemist had mogen worden.

Lees verder naar dinsdag 30 maart.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by