Dagboek van een wereldreis

Donderdag 11 januari (dag 68)

Zoals ik gisteren al zei begin ik weer onrustig te worden en wil ik verder. Na lang uitgeslapen te hebben (ik had gisteravond een hele fles port op) naar de ‘grote stad’ Margao om bus- en treinkaartjes te kopen. Dat viel wel weer tegen, zeg: lawaai, druk verkeer, vuil en veel mensen. Toen ik dat zag begon ik de voordelen van mijn paradijs weer in te zien en wilde ik acuut de rest van mijn leven daar doorbrengen.

Deze gedachte vervaagde echter helaas snel, omdat ik mijn volledige aandacht bij het verkeer moest houden (om niet overreden te worden). Naar het treinstation, naar het busstation en via het treinstation weer terug naar m’n paradijs aan zee met een buskaartje én een treinkaartje op zak. Ik ben er de hele dag mee bezig geweest om dat te regelen.

Overmorgen vertrek in naar Bangalore, dus heb ik morgen de hele dag om een poging te wagen mijn lichaam wat bruiner te kleuren. Het is voornamelijk veel roodbruin verbrand vlees dat hier rondloopt (het liefst met veel spieren en zo min mogelijk hersenen). Mensen doen de hele dag niets anders dan de hele dag in de zon liggen en ’s avonds aan de bar hangen, wekenlang. Die mensen zijn volledig ‘gevestigd’ en wonen hier praktisch. Het doet me een beetje aan het strand van Hoek van Holland denken. Ach, ik verzin gewoon redenen om verder te reizen. Misschien is dit meer een plek om met een groep vrienden naartoe te gaan, waar je je elke avond lam kan zuipen.

► Verder lezen naar vrijdag 12 januari.