Dagboek van een wereldreis

Zaterdag 24 februari (dag 112)

Het blijft een fascinerend gezicht, langs de rivier te lopen en te zitten en te staren naar die Indiërs die hun leven riskeren door in de Ganges te gaan baden. En te kijken naar de lichamen die worden verbrand, waarna het as in de rivier wordt gegooid (vlak naast de badende hindoe’s). Als je langs de rivier loopt word je continu aangesproken door Indiërs die kennelijk aan het “westerse toeristen syndroom (WTS)” lijden. Zodra ze zo iemand zien krijgen ze een onbeheersbare opvlieging, ze hebben zichzelf niet meer onder controle en gaan de westerse toeristen intimideren. En er is helaas nog geen medicijn uitgevonden dat daar tegen helpt.

Tijdens het kijken naar de brandende mensen werd ik, tezamen met een paar andere WT’s, weggejaagd en bijna in elkaar geslagen door een paar aan dat syndroom lijdende Indiërs. Volgens mij wilden ze niet dat we naar de crematie keken. Eenmaal op veilige afstand werd ik aangesproken door een jongetje die me voor vijf dollar wel tot dichtbij de brandstapel wilde brengen. Voor vijfentwintig dollar extra mocht ik zelfs ook nog een foto maken. In plaats daarvan heb ik een paar uur bij de German Bakery gezeten, waar ik tijdens een poging een keihard broodje door te bijten heb gewerkt aan mijn eerste artikel (ja, ja).

Ik werd echter afgeleid door een Australische reizigster met een metalen ring door haar wenkbrauw, neus en navel die al zeven jaar (!) non-stop aan het reizen is. Ik denk niet dat ik dat haal. In de avond in het hotel met een paar andere gasten een origineel Indiaas spel gespeeld (cannonboard). Het is een soort sjoelen, alleen doe je dit met je vingers op een klein bord.

► Verder lezen naar zondag 25 februari.