Dagboek van een wereldreis

Donderdag 25 januari (dag 82)

Gezwommen, op het strand gelegen, gegeten en gedronken, het ritme lijkt hier veel op het luie leventje in Benaulim. De golven zijn fantastisch, bij een onachtzaam ogenblik word je door de kracht van het water op het strand gespoeld. Er staat ook een waarschuwend bordje op het strand met de tekst “het water is alleen toegankelijk voor geoefende zwemmers”.

Er staan rode en groene vlaggen in het water. Bij de groene vlaggen is het het veiligst om te zwemmen en bij de rode vlaggen is het extreem gevaarlijk. Merkwaardig genoeg is het daar juist het drukst (met “geoefende” westerse zwemmers). Een Indiër ligt bij het eerste het beste golfje al meteen half bewusteloos aangespoeld op het strand, heel grappig om te zien. Mij kostte het ook soms moeite de hoge golven te trotseren, als ik niet op tijd onder in de krul dook. Ja, ja, dat vereist een speciale techniek.

Naast het spelen in de zee heb ik mezelf vermaakt met niks doen op de vele terrassen en ‘mensen gekeken’. Een aangename bezigheid, want er lopen hier heel veel soorten rond. Ik had nog gehoopt Christa en Sigrid aan te treffen, die ook naar Kovalam zouden gaan. Maar ja, dat is altijd zo, als je ergens op hoopt gebeurt het niet, en juist wel als je er niet op rekent en het dus niet verwacht. Laat ik hun dan maar snel vergeten, en dat is moeilijker gedaan dan gezegd. En juist omdat dit zo moeilijk is moet je ze geforceerd vergeten, wat zo ongeveer bijna onmogelijk is.

► Verder lezen naar vrijdag 26 januari.