Dagboek van een wereldreis

Zaterdag 3 februari (dag 91)

Waarom krijg ik nou nooit eens een goede indruk van India? Oké, het is allemaal wel lachwekkend wat ik meemaak, maar soms ook strontvervelend. Zoals vannacht. Ik ging lekker naar bed om elf uur, maar de muziek buiten stond zo hard dat het zelfs de dempkracht van mijn oordoppen overtrof. Vanaf een uur of twaalf begon iemand op een fluit te blazen dat een vals, eentonig, doedelzakachtig gejank voortbracht waar ik helemaal GEK van werd. Het was zó hard en het ging de hele nacht door, dus ik heb geen oog dichtgedaan.

Hedenochtend zo snel mogelijk een ander hotel opgezocht dat zo ver mogelijk van de plek des onheils is verwijderd, voordat ik psychisch impotent zou worden. Madurai is bekend om zijn tempels, en vooral om die ene hele grote Shri Meenakshi tempel die als een soort wolkenkrabber boven de hele stad uitsteekt. Het is de mooiste tempel die ik in India heb gezien: kleurig en op een groot complex omringd door kleine kleurige mini-tempeltjes (wat in feite de toegangspoorten zijn). Als je binnenin de tempel komt is er zoveel activiteit gaande van de pelgrims, dat je er bijna high van wordt. Het is zelfs niet te vergelijken met de kleur en pracht van Disneyworld. Het betreden van de tempel is als het ware het gebruiken van drugs: het geeft je het gevoel in een mystieke wereld te zijn, ver van de alledaagse realiteit. Het mystieke gevoel zou ook in de avond moeten voortduren, maar dat was helaas niet het geval.

Ter gelegenheid van volle maan was er een festival bij een andere tempel die omringd is door water. Het lokale toeristenkantoor had een speciaal programma voor vreemdelingen georganiseerd, dus daar hoor ik ook bij in dit land. In het toeristenkantoor zelf moesten we een stuk of zes lezingen aanhoren waarin niets meer werd verteld dan dat we welkom waren en hoe vereerd de genodigde was dat hij een lezing mocht houden, waarna we (de toeristen) met een speciale bus naar de plek van het festival werden vervoerd. Na een paar uur krampachtig wachten tussen tienduizenden Indiërs zagen we een met kerstlampjes verlichte boot (de lampjes flikkerden ook nog, het was net Las Vegas) rondjes varen rondom de eveneens verlichte tempel. Er werd muziek gespeeld, maar dat was tussen het rumoer nauwelijks hoorbaar. Het festival was geen echt festival, dus waardeloos. Ik kan wel zeggen (net als met het nationale park) dat ik tenminste EEN festival heb meegemaakt in India. Voortaan zal ik mijn verwachtingen wat naar beneden toe bijstellen.

Tijdens het wachten voor het festival kwam ik toevallig Marco weer tegen, de Italiaan die ik in Cochin ontmoette. Wat is het reizigerswereldje toch klein, in zo’n groot land met bijna een miljard Indiërs. Met Marco gegeten in een restaurant, en gelukkig was hij minder filosofisch bezig dan in Cochin. Zo, dit dagboekje is bijna vol, maar het verhaal is nog niet ten einde. Ik zal dit boekje dan maar deel I noemen en mijn beschrijvingen van m’n belevenissen vervolgen in deel II. Aan het einde van mijn wereldreis vormen alle delen tezamen dan de “Verzamelde werken van Eric’s reis in …. dagen”.

► Verder lezen naar zondag 4 februari.