Dagboek van een wereldreis

Donderdag 4 januari (dag 61)

Gisteravond in de toiletruimte van het hotel een Nederlandse vrouw ontmoet (ik schatte haar een jaar of veertig), die in het Bhagwan-complex verbleef. Ik had een psychologisch diep beladen gesprek met haar over haar zoektocht naar haarzelf. Nadat we de methoden hadden besproken om haar gevoelens van apathie te overwinnen, heb ik definitief besloten niet meer naar de Bhagwan-volgelingen te gaan. Ik hoef al die sekte-psychologie-flauwekul niet meer aan te horen.

Toch heb ik aan haar gevraagd waar het Bhagwan-complex was, omdat daar tegenover een hele lekkere German Bakery schijnt te zijn. Ik wilde wat lekkere dingen inslaan voor de lange treinreis naar Kolhapur (wattèh?) vandaag. Zowel de German Bakery als het Bhagwan-paleis kon ik ook vandaag niet vinden, dus er zal wel iets met mijn instinct loos zijn.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want in dit overbevolkte India zat ik in een bijna lege trein naar Kolhapur. En gisteren had ik al binnen twee minuten mijn kaartje! Kennelijk wil niemand naar dit gehucht met een half miljoen inwoners, dacht ik nog in de trein. Maar eenmaal in Kolhapur aangekomen bleken alle hotels vol te zijn, op het duurste na (vier euro per nacht). Daar zit ik nu, met room-service en om me heen rennende piccolo’s. Alleen Indiërs, geen toeristen (onder de gasten bedoel ik). Ik verblijf alleen in deze plaats op mijn weg naar Goa, het toeristenvakantieparadijs van India. Op deze manier denk ik wat meer van landelijk India te zien.

► Verder lezen naar vrijdag 5 januari.