Reisverhaal Costa Rica

Maandag 11 februari

Vlak voor het slapen gaan gisteravond kreeg ik de schrik van m’n leven toen ik mijn muskietennet zag, dat ik onder een afdakje had opgehangen. Daaronder leek het veilig te zijn, maar aan de buitenkant krioelde het van de insecten. Hele grote en vreemde, in allerlei kleuren en in de meest merkwaardige gedaantes, die mijn klamboe als een waar circus beschouwden. Ze voerden diverse acrobatische kunstjes uit op m’n net, hingen eraan, vlogen er tegenaan, vielen er af, klommen er weer op en gebruikten het net aan de bovenkant als een trampoline. Er zat zelfs een hagedis aan de zijkant van mijn net vastgeplakt, die weigerde – hoezeer ik ook schudde – er af te gaan.

Young cappucino-monkeyIk stond niet te popelen om onder dat net te kruipen en iedere keer als je je ogen doet een dierentuin van insecten te moeten aanschouwen. Ik ben in het donker naar het bloedhete maar insectenvrije hok verhuisd, en heb daar héérlijk geslapen. Deze dag begon met een wandeling door de jungle naar een uitkijkpost bovenop een heuvel. Tijdens het wandelen en klimmen kon ik Jack en Rob gemakkelijk bijhouden, sterker nog, ze konden mij maar net bijhouden (mijn wraak is zoet). Bovenop de heuvel troffen we onverwacht een huisje met een ijskast gevuld met ijskoud bier. Om tien uur ’s ochtends namen we het er even van – hé, ik ben op vakantie! En door bier te drinken in de hitte zweet je ook wat minder….

Na de ietwat zwieberige afdaling weer de kayaks ingedoken, op ontdekkingstocht door de mangrovebossen aan de waterkant. Dat zijn bomen die in het water groeien en waar je met je kayak onderdoor kunt varen (en waar je kunt verdwalen, net als in een echt bos). Tussen die bomen leven ook krokodillen en kaaimannen, niet zulke grote, die we hoopten te zien. Helaas, de kroks hadden geen zin in de nieuwsgierige blikken van westerse passanten vandaag. Voor de afwisseling gingen we daarna weer ergens aanmeren voor een wandeling. Dit keer door hele dichte jungle naar een paar watervalletjes. De lokale gids had een kapmes bij zich om in de weg groeiende takken en bladeren met één snoeibeweging op de grond te doen belanden. Hij liep ook voorop om eventuele slangen van ons pad te weren en met de grond gelijk te maken. Ik hoorde dat vannacht vlakbij onze overnachtingsplek een giftige slang is gesignaleerd, die door de lokale opzichter met brute kracht is vermoord.

De begroeiing tijdens onze wandeling was erg hoog, ik zou er geen slang in gezien hebben. De waterval van twintig meter hoog was wel mooi, maar mooier was wellicht het koele water dat naar beneden stroomde en dat in een natuurlijk bassin terechtkwam. Het was zelfs koud vergeleken met het hele warme zeewater, dat ongeveer dezelfde temperatuur heeft als een warme douche bij mij thuis. De tijd ging sneller dan we dachten, dus we moesten ons nog haasten om vóór het donker op onze volgende slaapplek aan te komen. Dat betekende dat Rob en Jack pijlsnel vooruit peddelden en dat ik ze binnen de kortste keren amper meer zag. Nogal asociaal vond ik, ik wist natuurlijk niet waar we aan land moesten en met de snel invallende duisternis zou ik het tweetal nooit meer kunnen vinden. Het kwam goed, ik was er net op tijd. Eenmaal aan land, nat en moe, werden we vriendelijk begroet door een stel brulapen.

► Lees verder naar dinsdag 12 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by