Dagboek van Egypte

Zaterdag 23 september

Exact om zeven uur arriveerde er een taxi voor de deur van mijn hotel, ik kon mijn ogen niet geloven. Met andere reizigers spreek ik ondertussen al van Egyptische tijd, kilometers en prijzen. Vermenigvuldig dit met ongeveer 3,5, en je komt op de westerse maten uit. Als een Egyptenaar zegt: de bus komt over vijftien minuten, betekent dit dat je ongeveer een uur moet wachten. Veel te vroeg was ik dus op het vliegveld van Luxor, waar ik genoeglijk heb zitten kijken naar grote groepen oudere toergroepen die zich door de smalle vertrekhal probeerden te persen. Het was dus één grote chaos, met een onophoudelijk gepiep van het beveiligingspoortje waar iedereen doorheen liep zonder verder gecontroleerd te worden. Al na een halfuur landden we in Sharm-el-Sheikh, waar ik volgens mij de enige was die níet werd opgewacht door een Nederlandse, Franse, Duitse of Britse reisleidster. Met de taxi naar het busstation, waar ik viereneenhalf uur (volgens het Egyptische tijdschema) op de bus moest wachten. Samen met een paar andere rugzakreizigers had ik daar uiteraard geen zin in, dus propten we ons met ons zessen in een servicetaxi die ons pijlsnel naar Dahab bracht. Het rugzakkersparadijs waar ik de laatste dagen van mijn trip wil relaxen, vond ik op het eerste gezicht minder idyllisch dan ik dacht. In plaats van enkele hutjes aan het strand met palmbomen is er een lange rij van hotelletjes en restaurantjes en géén zand. Om te zwemmen moet je met je blote voeten talloze scherpe stenen trotseren. Het is er ook zo vol gebouwd dat er geen enkele plek is waar je je even terug kunt trekken – je bent altijd omringd door andere reizigers. Mijn teleurstelling verdween snel toen ik Silke, Ulrika (bijgenaamd Pinky) en Sebastian weer ontmoette, die toevallig in hetzelfde hotel verblijven als ik. Ik kijk ernaar uit om de komende dagen met het Duitse trio, en met name Silke, in Dahab door te brengen.

Lees verder naar zondag 24 september.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by