Dagboek van Afrika

Woensdag 18 februari

De laatste dag is aangebroken. Ik heb eerlijk gezegd gemengde gevoelens over het teruggaan naar Nederland. Aan de ene kant ben ik moe van de Afrikaanse mentaliteit; het wachten, de opdringerigheid, nooit een rustig moment en de troep en de chaos overal. Daartegenover staat het gemak, de efficiëntie en de gemoedelijkheid van het leventje in Nederland. Maar aan de andere kant wil ik ook wel weer verder reizen, naar andere landen in deze regio als Malawi en Zimbabwe. Ik ben jaloers geworden op de vele reizigers die ik onderweg tegenkwam die een halfjaar of langer door Afrika aan het trekken zijn, terwijl ik me volgende week weer moet overgeven aan het stressvolle leven bij de krant met een deadline elke dag. Toen ik wakker werd, had ik wel het gevoel dat ik gedurende de afgelopen vier weken mezelf had losgemaakt van het werkende bestaan en lekker heb gerelaxed en genoten. Ook meen ik nu een heel wat beter beeld te hebben van de cultuur, de mensen en het landschap van ‘donker Afrika’. Voor beide was ik gekomen. Ik had graag iemand meegenomen om alles te ervaren wat ik heb meegemaakt, maar het alleen reizen is me wonderwel ook goed bevallen. Ik ben het per slot van rekening gewend. Deze dag wilde ik vooral relaxen, wat ik heb gedaan bij het zwembad van het luxe Intercontinental Hotel. Temidden van een twintigtal stewardessen heb ik heerlijk gezwommen en ben ik nog eens extra bruinverbrand. Daarna een laatste souvenir gekocht: een houten Masaai-vrouw als aandenken aan Afrika. Ik denk dat de stammen die ik heb bezocht, het diepst in mijn geheugen gegrift zullen blijven. Zo primitief als die mensen leven; voor hen is elke dag hetzelfde en sinds honderden jaren geleden is er niets voor hen veranderd (behalve een groeiend aantal blanken die ze in Toyota minibusjes komen opzoeken). Drie dagen geleden in Arusha kwam ik ’s avonds toch Primoz weer tegen, en hij heeft dezelfde vlucht als ik naar Rome. Om zes uur hadden we afgesproken in het Thorn Tree Café, om ergens wat te gaan eten en het afscheid van Afrika te vieren met een paar biertjes in de Zanzebar. Het was een waardig afscheid van dit werelddeel. Met een gammele taxi, die het elk moment kon begeven, naar het vliegveld. Om middernacht vertrok het Alitalia-toestel naar Rome, om daar zes uur de volgende ochtend te arriveren. Daar scheidden de wegen tussen Primoz en mij. Drieënhalf uur wachten, vechtend tegen de slaap en de spierpijn van het zwemmen, en de laatste vlucht naar Amsterdam. Mijn ouders stonden me op te wachten, blij als ze waren dat ik heelhuids en gezond ben teruggekeerd. Ik ben niet ziek geworden, niet achtervolgd en beroofd, niet gedood in een stammenstrijd en niet gestrand door overstromingen. De gevaren die me op de dag van vertrek nog zo in beslag namen heb ik getrotseerd, en bleken zoals zo vaak erg overdreven. Ik heb een geweldige en indrukwekkende tijd gehad in Afrika.

EINDE

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by