Dagboek van Afrika

Zaterdag 31 januari

George versperde me de uitgang niet, dus ik kon vrij naar buiten lopen vanochtend. Gisteren kocht ik een eersteklas treinkaartje – lekker luxe – naar Mombasa. Vanavond om zeven uur vertrekt de trein pas, dus ik heb nog de hele dag in Nairobi door te brengen. Omdat ik de stad zelf nu wel gezien heb en de irriterende jongens die me de hele tijd lastigvallen beu ben, besloot ik Nairobi’s enige en echte toeristische attractie te bezoeken: het nationaal museum. Binnen een uur had ik het gezien: veel opgezette beesten, een paar tekeningen en skeletten uit de prehistorie. Het aan de overkant gelegen slangenpark had ik in tien minuten gezien. Wat me daar het meest intrigeerde waren twee schildpadden die seks aan het bedrijven waren – ik vond het een heel komisch gezicht. Slangen waren er bijna niet. Het wordt eentonig te vertellen wat ik de rest van de tijd gedaan heb, maar ik kan er helaas niet meer van maken dan op terrasjes zitten en koffie en bier drinken. De wachtsessie heb ik afgesloten in de bar beneden mijn hotel, waar ik even in gesprek raakte met een Australisch stelletje. Ze gaan een vijfweekse safaritocht maken als begin van hun wereldreis. Tegen zonsondergang naar het treinstation. De eerste klasse was minder luxe dan ik had verwacht (vooral de sanitaire faciliteiten), maar kon ermee door. Mijn coupé deelde ik met een rijke Keniaan die werkzaam is in de bouw. Hij zat behoorlijk af te geven op de gebrekkige Keniaanse infrastructuur en vond de treinreis maar niks. Hij ging naar Mombasa voor een conferentie van drie weken, bijna even lang als mijn hele vakantie. Om half acht werden we geacht in de restauratiewagen te verschijnen voor het diner. Dat was wél zoals ik het me had voorgesteld: nette gedekte tafels en obers in smetteloze witte uniformen die met zilveren schalen langsrenden en wijn inschonken. Terwijl de trein voortjoekerde verorberde ik mijn 4-gangen diner.

Lees verder naar zondag 1 februari.

Nog meer reistips
Filter by
Post Page
Sort by